logo

Jaarverslag WMO - Clientenadviesraad Almere 2008

Download het WMOC Jaarverslag 2008 in Word

Voorwoord

De WMO-C is het adviesorgaan op samenlevingsgebied van het College van B&W van Almere. De leden worden op voordracht van het Breed Overleg door het College benoemd. Het Breed Overleg bestaat uit vertegenwoordigers van organisaties actief op de terreinen van wonen, welzijn en zorg.

Naast het adviseren over voorgenomen beleid wordt ook ongevraagd advies gegeven aan het college van B&W. Het werkgebied van de WMO-C omvat de samenhang in de samenleving, het bevorderen van welzijn in buurten en wijken, en het zorg dragen voor de ondersteuning van kwetsbare groepen. De WMO-C ziet er op toe dat zelfredzaamheid wordt bevorderd en mensen met een beperking zo goed mogelijk naar behoefte en op maat worden gecompenseerd om zo mee te kunnen doen aan deze samenleving en de regie over hun eigen leven te behouden.

Voortbouwen op de bereikte resultaten van het Almeerse samenwerkingsmodel is daarbij het uitgangspunt.

Visie

De WMO-C wil haar doel bereiken door gevraagd en ongevraagd het College te adviseren over:

  • innovatieve en kansrijke initiatieven op de terreinen van de 9 prestatievelden van de WMO
  • het tot stand brengen of verbeteren van een integraal gemeentelijke WMO beleid
  • de samenwerking met en door de maatschappelijke partners onderling op de terreinen van wonen, welzijn en zorg.
  • preventieprojecten
  • vereenvoudiging van de regelgeving
  • transparante verantwoordingssystematiek over het door de gemeente gevoerde WMO- beleid

Prestatievelden

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) telt negen prestatievelden:

1. het bevorderen van de sociale samenhang in en leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten;

2.op preventie gerichte ondersteuning bieden aan jongeren met problemen met opgroeien en van ouders met problemen met opvoeden;

3. het geven van informatie, advies en clientondersteuning;

4. het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers;

5. het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en van het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en van mensen met een psychosociaal probleem;

6. het verlenen van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en van mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van het behoud van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijk verkeer;

7. maatschappelijke opvang, waaronder vrouwenopvang en huiselijk geweld

8. het bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg, met uitzondering van het bieden van psychosociale hulp bij rampen

9. het bevorderen van verslavingsbeleid.

Samenstelling

Voorzitter:

  • De heer Herman Linzel

Plv. vz/secr.:

  • Mevrouw Ineke Smidt Prestatieveld / doelgroep: 3, 7 en 8

Penningmr.:

  • Mevrouw Diny van Lint - Vermeeren Prestatieveld / doelgroep: 1,5 en 6 / ouderen

Leden:

  • Mevrouw Marjan Heidstra Prestatieveld / doelgroep: 3, 5 en 6/ personen met een verstandelijke beperking
  • Mevrouw Monique Butat
  • Visser Prestatieveld / doelgroep: 5 en 6
  • Mevrouw Patricia Singels Prestatieveld / doelgroep: 5 en 6
  • Mevrouw Leny Hartong Prestatieveld / doelgroep: 5, 6 en 7
  • Mevrouw Michelle Rutten Prestatieveld / doelgroep: 1 t/m 6
  • De heer Ali Bouhouch Prestatieveld / doelgroep: 2, 3/ Almeerders met allochtone roots
  • Mevrouw Ada van Deemter Prestatieveld / doelgroep: 4 / mantelzorg
  • De heer Wim Faber Prestatieveld / doelgroep: 1
  • Mevrouw Bertien Hoek Prestatieveld / doelgroep: 2 / Jeugd
  • De heer Willem Witte Prestatieveld / doelgroep: 5, 8 en 9

Inleiding

In het afgelopen jaar is een grote verscheidenheid aan onderwerpen op praktisch alle prestatievelden in de maandelijkse vergaderingen van de WMO-Clientenadviesraad van Almere aan de orde geweest. Daarbij moest helaas ook geconstateerd worden dat bij sommige medewerkers van de gemeente vaak nog het idee leeft dat de WMO-C zich alleen bezig houdt met de voorzieningen voor mensen met een beperking. Voor zover het de direct betrokken ambtelijke dienst DMO betreft is met name in de eerste helft van het jaar goed samengewerkt Rondom de zomervakantie werd de WMO-C geconfronteerd met een fors aantal wisselingen op voor hem belangrijke plekken binnen de afdeling DMO. De nieuwe medewerkers moesten zich inwerken in de Almeerse cultuur en problematiek. Dat heeft geleid tot vertragingen in het afgeven van adviezen over het gemeentelijk beleid. WMO-C en medewerkers moesten weer wennen aan elkaar. Met dit verslag willen we de lezer een overzicht geven over de door de WMO-C behandelde onderwerpen in 2008.

Informatie transferverpleegkundige Flevoziekenhuis

De transferverpleegkunde beweegt zich op het snijvlak van de tweedelijnszorg en ontslag. Omdat ziekenhuisopnames steeds korter duren, is deze voorziening van groot belang. Voorheen liepen de aanvragen via het LIA, er was voor de klant een loket. Nu lopen de aanvragen op sommige onderdelen via de Wmo. Dit is voor klanten onoverzichtelijk; zij weten vaak niet tot wie ze zich moeten richten. Wat betreft de aanvraag van maaltijden zijn de strenge criteria een knelpunt. Voor de alarmering loopt de aanvraag via de WMO of de ziektekostenverzekering. Het is onduidelijk wat de meerwaarde is voor de klant. Een ander knelpunt is de realisatie van aanpassingen in huis, zoals een traplift. Als de voorzieningen niet op tijd klaar zijn, kan de klant niet uit het ziekenhuis ontslagen worden.

Een punt dat zorgen baart is de overgang van delen van Ondersteunende Begeleiding/Activerend Begeleiding naar de WMO. De pakketten zijn onduidelijk. De klant weet niet meer welke hulp hij van welke organisatie krijgt. Dit helpt de klant niet om zelfstandig te kunnen functioneren.

De pakketten van de AWBZ en de WMO zouden beter op elkaar moeten aansluiten.

Aanbesteding collectief vervoer en leerlingenvervoer

De contracten voor het leerlingenvervoer en het WMO-vervoer liepen in 2008 af. De gemeente wilde bekijken welke voordelen te behalen zijn bij een gezamenlijke aanbesteding. Naar aanleiding van de resultaten van een enquete over WMO-vervoer, en de uitkomsten van de diverse overleggen met clientenorganisaties wil de gemeent een definitieve visie neerzetten. Een belangrijk uitgangspunt is dat het gevoel van kwaliteitsbeleving bij de klant verbeterd moet worden. De klant moet meer keuzemogelijkheden hebben. Een werkgroep vanuit de WMO-C heeft meegedacht over de aanbestedingseisen. Het resultaat is dat de keuzevrijheid ook daadwerkelijk is vergroot.

Samenwerking WMO-C en SOGA

Er bereikten de WMO-C klachten over de bereikbaarheid van openbare gebouwen. Dat maakte dat er duidelijkheid moest komen over de rol van de verschillende partijen in de stad. Afgesproken is dat de SOGA gaat over o.a. de toegankelijkheid van de openbare ruimte en van gebouwen. Waar raakvlakken zijn kunnen WMO-C en SOGA elkaar informeren.

Reactie op overheveling OB/AB van AWBZ naar WMO

In het kader van de brede Wmo- pilot werd er een onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van overheveling van (delen) van de Ondersteunende Begeleiding/Activerende Begeleiding naar de gemeente. Een werkgroep uit de WMO-C heeft een concept- reactie opgesteld.

Door de later in het jaar aangekondigde ombuigingen van het Rijk op dit onderdeel zijn de gegeven adviezen niet verder uitgewerkt. In 2009 zal bezien worden wat de effecten van de beleidsverandering zullen zijn en zal zo nodig hierop worden terug gekomen.

Nota diversiteit

Deze conceptnota zet in op twee sporen: diversiteit en integratie. In tegenstelling tot wat men vaak denkt, is het niet nodig een keuze tussen beiden te maken. De focus bij integratie ligt op bedreigingen, discriminatie, opheffen van achterstanden en gelijke behandeling. Bij diversiteit mogen de culturele verschillen er juist wel zijn. Dit thema zet in op kansen van de kleurrijke samenleving. Eind 2008 zou de definitieve nota verschijnen. Dat is echter niet gelukt.

Beelden bij het eerste prestatieveld: sociale cohesie

In de WMO-C is van gedachten gewisseld over de beelden die het onderwerp sociale cohesie oproept. Men associeert de WMO-C nog niet zo met het onderwerp leefbaarheid. Het zou goed zijn als beleidsambtenaren breder kijken dan eigen hun eigen beleidsterrein. Via de ambtelijke ondersteuning zal meer aandacht voor dit aspect van de Wmo bij de collegas worden gevraagd.

Regiovisie verslavingszorg

In maart heeft de WMO-C de concept discussienota verslavingszorg besproken.

Almere heeft een aparte positie als centrumgemeente voor Flevoland op het gebied van ambulante verslavingszorg. Almere stelt het beleidskader voor Flevoland op en verdeelt jaarlijks de rijksmiddelen in overleg met de andere gemeenten. De belangrijkste uitvoerder van de ambulante zorg voor verslaafden is op dit moment Tactus. De gemeente financiert de basisfuncties zoals huisvesting en bereikbaarheid (balie en intake), informatie, advies en een stuk begeleiding (maatschappelijk werkers).

Vanuit de WMO-C werd opgemerkt dat er meer behoefte is aan cijfers met name over het aantal verslaafden. Het is nu niet duidelijk hoeveel verslaafden er in Flevoland zijn. Omdat de omvang van het probleem groter is dan vaak gedacht, is het belangrijk om in ieder geval realistische schattingen te maken. De Flevomonitor biedt nu alleen informatie over verslaafden die onder behandeling zijn.

Ook zou de WMO-C graag cijfers willen zien over geslaagde re-integratie en terugval. Verder werd in het stuk gemist de nazorg en maatschappelijke re-integratie. Omdat er geen gestructureerd dagaanbod voor (afgekickte) verslaafden is, vallen ze vaak terug. Hier ontbreekt de regiefunctie.

Hier zouden re-integratiegelden van Sociale Zaken voor ingezet moeten worden.

Format vragenlijst wonen, welzijn en zorg digitale warenhuis en de invoering

Aan de WMO-C is een vragenlijst voorgelegd over persoonlijke assistentie, die de projectgroep communicatie en profilering ontwikkeld heeft. De vragenlijst maakt deel uit van een format dat bedoeld is om het zorgaanbod inzichtelijk te maken voor de klant zodat deze een weloverwogen keuze kan maken tussen de aanbieders. De vraag aan de WMO-C was of de vragenlijst duidelijk is en of het de taal van de client is. De WMO-C is van mening dat het niet duidelijk is wat de vragenlijst naar wie wil communiceren. Het eerste gedeelte van de vragenlijst biedt informatie over de aanbiedende organisatie. Dit hoort thuis in een folder. De informatie aan de client en de vragen aan de client moeten uit elkaar gehaald worden.

De WMO-C vindt dat deze vragenlijst niet werkt en biedt aan om mee te denken over een beter formulier.

De WMO-C adviseerde om het voorzieningenwarenhuis gefaseerd in te voeren met een selectie van een beperkt aantal aanbieders. Dit biedt de beste garanties om volumeafspraken te maken en de prijzen te beheersen, in combinatie met keuzemogelijkheden voor de klant. De WMO-C is uitgenodigd om mee te denken over de kwaliteitsaspecten die in het bestek vertaald moeten worden.

Bespreking tussenevaluatie ontwikkelpilot WMO

Het rapport over de tussenevaluatie geeft informatie over acht pilotprojecten. Er is veel in beweging gezet. Van professionals wordt verwacht dat zij met een andere attitude werken waarbij de samenwerking met andere partijen van groot belang is. Hulpvragers moeten meer vanuit hun kracht en mogelijkheden gaan denken. De omgeving van de hulpvrager moet een grotere rol gaan spelen.

Het is jammer dat de duur van de pilot beperkt is tot twee jaar.

De WMO-C is van mening dat de invoering van de WMO een dermate omvangrijke operatie is dat de pilot voor een langere periode moet lopen en dat er meer geld nodig is. Het zou jammer zijn als de expertise van de projectleiders verloren gaat. Door in te haken op de Almere Principles zou de pilot zeker met een aantal jaren verlengd kunnen worden. De WMO-C heeft het College geadviseerd naar mogelijkheden te zoeken om op de ingeslagen innovatieve weg door te gaan.

Nota Vrije Tijd

De WMO-C neemt deze nota voor kennisgeving aan en is er gezien het stadium in de behandeling inhoudelijk niet op ingaan. Naar aanleiding van deze nota zullen twee uitvoeringsnota's gemaakt worden, een voor sport en een voor cultuur. Verwacht werd dat de WMO-C een uitnodiging zou krijgen om over deze uitvoeringsnota's mee te denken.

De WMO-C vindt dat dit soort stukken in een eerder stadium moet worden aangeboden, anders heeft het geen zin om advies te geven.

Jeugdzorg

De WMO-C heeft de betrokkenen (degemeente Almere, Jeugdzorg Flevoland en de brandpuntfunctionaris van de GGD) uitgenodigd voor overleg over de jeugdzorg in Almere.

Uit een eerdere presentatie is naar voren gekomen dat er veel schotten zijn. Mensen die voor hulp aankloppen bij Jeugdzorg moeten steeds weer opnieuw hun verhaal vertellen. Als mensen eerder bij Jeugdzorg aankloppen dan ontstaan er misschien minder ernstige situaties.

Er is een project geweest van de jeugdarts die het kind volgt in de leeftijd van 0 tot 4 jaar en vervolgens van 4 tot 19 jaar. Het project is ge-evalueerd. Er is winst te behalen als de jeugdarts en de huisarts samenwerken in wijkverband. In een folder van de provincie over jeugdzorg worden zeven organisaties genoemd die werkzaam zijn op het terrein van de jeugdzorg. Hierbij worden GGD en consultatiebureaus nog niet genoemd. Er zijn ook indicatieorganen die indicaties rondom jeugdzorg afgeven. Het is voor ouders zoeken waar men terecht kan.

In 2005 is het rapport van de gezamenlijke inspecties (onderwijs, gezondheidszorg, jeugdzorg, justitie) uitgekomen. In dit rapport wordt aangegeven hoe het in Almere gaat. Het aantal partijen valt in Almere mee als het wordt vergeleken met andere gemeenten. Uit het rapport bleek dat de samenwerking tussen de verschillende organisaties niet goed was.

Het actieplan ketenzorg jeugdzorg is in reactie op het rapport opgesteld. Alle partijen hebben zich gecommitteerd aan de doelen die in het actieplan zijn verwoord. Het ging om samen effectief en efficient werken voor de jeugd. Hier horen geen schotten bij. Overigens verdwijnen schotten niet zomaar. Kinderen die vier jaar worden blijken op school ineens allerlei problemen te hebben. Het is blijkbaar zo dat de overdracht nog niet helemaal goed geregeld is. Er wordt gekeken hoe dit schot geslecht kan worden. De centra voor ouder-kindzorg, de OKe-punten, kunnen hieraan een bijdrage leveren. De jeugdarts speelt ook daarin een centrale rol. Het hierboven aangehaalde project kan helpen de continuiteit en de samenhang in de zorg voor de jeugd te verbeteren. Er wordt geprobeerd OKe-punten over Almere uit te rollen. Er zijn nu 11 punten. Het gaat om inlooppunten waar ouders terecht kunnen met vragen. Kwaliteitseisen en kwaliteitswensen betreffende hulpmiddelen en leveranciers in verband met de komende aanbesteding. Er lag een adviesaanvraag betreffende de aanbesteding Wmo hulpmiddelen. De WMO-C heeft in zijn advies benadrukt dat ook hier de kwaliteit en de vergroting van de keuzemogelijkheden centraal moeten staan. De aanbevelingen van de werkgroep van de WMO-C zijn overgenomen. Er is instemming met de te volgen procedure.

Het stuk bevindt zich momenteel in de verkenningsfase. Alle punten die nu aan de orde zijn gekomen, zullen worden meegenomen. Uiteindelijk zullen er bijeenkomsten worden georganiseerd en dan wordt er een concept gemaakt. Het eindstuk komt nog een keer terug in de WMO-C vergadering met een formele adviesaanvraag.

Armoedebeleid (zie bijlagen)

De WMO-C heeft zich laten voorlichten over het armoedebeleid. In het voortraject is het onderwerp besproken met de clientenraad Sociale Zaken Almere. Men vond het niet relevant de stukken aan de WMO-C voor te leggen.

De hoofdlijnennota is vastgesteld en vervolgens verder uitgewerkt in de nota armoedebeleid. Daarna heeft een nadere uitwerking van het armoedebeleid plaats gevonden naar aanleiding van de opmerkingen die uit het maatschappelijk veld zijn gekomen. Zo is de nota aangescherpt en ook vastgesteld.

Het gaat bij het armoedebeleid om het wegnemen van financiClientenberaadle belemmeringen en inkomensondersteuning. Het huidige college legt sterk het accent op meedoen. Verder is de integrale aanpak ook uitgangspunt voor dit college. Het gemeentebeleid is aanvullend op het rijksbeleid. Er is een verschil tussen inkomensondersteunende maatregelen en meedoemaatregelen. De langdurigheidtoeslag is vanaf 1 januari een zaak van de gemeente. Het gratis vervoer van 65 plussers is in Almere (nog) niet aan de orde. Maatregelen moeten passen in het beleid en het budget. Het gaat om politieke keuzes.

Er vindt vanuit Publieke Zaken terugkoppeling plaats met het Clientenberaad Almere. Afstemming van de WMO-C met het Clientenberaad Almere is een goede zaak.

Jeugd en jongerenorganisaties komen in de notitie niet aan de orde.

Almere heeft geen stadspas maar een stadsfonds. Het maken van een stadspas is duur en het duurt heel lang voor je er wat aan hebt. Het is wel zo dat het gebruik van een stadpas het gebruik van maatregelen meetbaar maakt. Het re-integratiebeleid valt niet onder het armoedebeleid. Het armoedebeleid is in 2007 vastgesteld. Als er verkiezingen zijn geweest komt er weer een nieuw armoedebeleid. De evaluatie van het huidige armoedebeleid komt in de tweede helft van 2009. Op het Stadsfonds kan iedere hulpverlener die met een betrokkene uit de doelgroep in aanraking komt een beroep doen.

Regulier overleg met Johanna Haanstra.

Met de wethouder Johanna Haanstra is over het functioneren van de WMO-C van gedachten gewisseld. De clientenraad wil dat zij meer dan tot nu toe het geval is bij de ontwikkelingen op de prestatievelden door de gemeente wordt betrokken. Nog teveel wordt gedacht dat de WMO-C alleen bemoeienis zou hebben met voorzieningen voor mensen met een beperking (de oude WVG-taak). Zaken die met de samenleving van Almere te maken hebben worden door het bestuur nauwelijks ter advisering ingebracht. De WMO-C brengt hier vaak achteraf ongevraagd advies over uit. De WMO-C heeft behoefte aan meer beleidsmatige ondersteuning.

Over de rol van de WMO-C zal met DMO verder worden overlegd en onderzocht zal worden of de Almere Health school een rol kan spelen bij de ontwikkeling van de brede ondersteuning.

Aan de orde zijn verder geweest de wachtlijsten in de residentiClientenberaadle jeugdzorg, het digitale warenhuis, de aanbesteding, de evaluatie van de brede Wmo-pilot in Almere en de voortgang. Het belang daarvan is nog eens benadrukt. De innovatieve waarde van de pilot wordt zo vastgehouden en de samenhang en samenwerking blijft zo hoog op de agenda staan. Het integrale wijkteam waarbij de kracht van de hulpvrager, de kracht van de omgeving en tot slot de ondersteuningsvraag de kern van de oplossingsrichting is, wordt als zeer succesvol ervaren

Het door de gemeente toegezegde communicatieplan om WMO zaken meer bij de bevolking bekend te maken is nog niet klaar. Er zijn plannen om een WMO-krant op te zetten om de burgers te informeren over alle ontwikkelingen in de WMO.

Verslavingszorg

In oktober is er een nulmeting gedaan door het Instituut Verslavingszorg Onderzoek (IVO). In heel Flevoland wordt het aantal chronisch verslaafden als groep in beeld gebracht. Het rapport zal eind december 2008 gereed zijn. Dit rapport wordt door de gemeente Almere gebruikt als nulmeting. De gemeente gaat ervoor zorgen dat deze groep onder dak komt, zodat de mensen op een normale manier kunnen wonen, zorg ontvangen en kunnen gaan werken.

Adviesaanvraag en stand van zaken Ondersteunende Begeleiding en consequenties voor mensen met psychische problematiek

Als gast is aanwezig Lilian Teljeur (teamleider gespecialiseerde gezinsverzorging Zorggroep Almere).

De vraag is hoe er in Almere wordt omgegaan met het veranderende beleid. Het is voor een deel bedoeld om de AWBZ niet steeds duurder te maken. Het jaar 2009 is een overgangsperiode. Vooral nieuw geindiceerden zullen afvallen voor een voorziening die tot nu toe regulier was. Het Rijk bezuinigt euro 800 miljoen. De gemeente ontvangt geen extra geld. Het is ook niet formeel aan de gemeente opgelegd om het mogelijk ontstane gat op te vullen. De gemeente krijgt gewoon veel extra werk waar geen financiering tegenover staat. Daarnaast is de ondersteunende begeleiding op de grondslag psychosociaal voor de daklozen, de verslaafden en de slachtoffers van huiselijk geweld verdeeld via de centrumgemeenten. Verder is er nog een budget voor de gemeenten voor de ontregelde gezinnen. Het overgangsbudget is maar a 50 miljoen.

Digitale loket

Het onderzoek naar het digitale loket is in drie delen gesplitst:

  • De informatie- en advies fase
  • De onderzoeksfase (brede vragenlijst)
  • De toetredingsfase

Er is een functioneel ontwerp gemaakt waarvan is vastgesteld dat het strookte met het gedachtegoed dat op tafel lag. (Zie boven). Tegelijkertijd is er een discussie binnen het SKS beleidsteam Wmo en met de wethouder gevoerd over het feit of de mogelijkheden die er lagen ook gewenst zijn. De conclusie is getrokken dat de tijd nog niet rijp is om de klant met een budget het digitale bos in te sturen. Het percentage van mensen dat terugvalt op organisaties in het geval van het gebruik van digitale hulpmiddelen, ligt tussen de 80% en 95%. Het technische gedeelte blijft op de plank liggen. Een tussenstap die kan worden gemaakt is het digitaal aanleveren van de catalogus. De keuzevrijheid is door de aanbesteding aanmerkelijk groter geworden. Immers per 1 oktober zijn er drie aanbieders van collectief vervoer in plaats van een. Per 1 januari zijn er drie contractpartijen voor hulpmiddelen. Binnen de zelfde segmenten is er meer keuze uit producten. De vragenlijst wordt als project weer opgepakt. Bij dit project zijn veel ketenpartners betrokken. Er liggen nog heel veel vragen. Er zijn nog een aantal andere deelprojecten zoals de website, sociale kaart, bestedingsbegeleiding. Bij dit soort onderwerpen moet contact worden gehouden met de WMO-C.

Notitie verstrekkingenbeleid - eigen bijdrage regeling

In samenwerking met de betrokken ambtenaren en de WMO-C wordt een werkgroep geformeerd die er in de loop van 2009 met een advies over een nieuwe regeling zal komen.

Evaluatie Wmo pilot

De WMO-C krijgt toelichting op het evaluatierapport dat kort daarna beschikbaar komt.

Er is vooral ingezet op participatie, zelfredzaamheid van mensen. Er zijn een aantal methodieken tot stand gebracht. Deze zijn nog lang niet allemaal uitontwikkeld. Verder zijn er nieuwe arrangementen gerealiseerd. De eigen kracht van de mensen en de omgeving spelen hierbij een belangrijke rol. In Almere Haven is er zeer intensief gewerkt met een Integraal Team (Integraal Netwerk). In dit team hebben naast de politie, alle organisaties op het gebied van wonen, zorg en welzijn zitting. Het gaat om de complexe gevallen waar ook preventief naar wordt gekeken. Er wordt uitgegaan van de kracht van de client. Dit is een omslag in de manier van denken. Het Integraal Team is inmiddels een Integraal Netwerk geworden. Er wordt flexibel en snel naar oplossingen gezocht. De methodiek van het Integraal Netwerk waaiert uit over de overige stadsdelen. De co-ordinatoren worden aangesteld vanuit De Schoor en de Zorggroep.

Participatie

Door de werkgroep van de WMO-C (Michelle Rutten Marjan Heidstra) is een presentatie gegeven over het onderwerp participatie. Conclusie is dat groepsgewijze aanpak de participatie bevordert. Aanbeveling is dat organisaties een budget moeten hebben voor de participatie. De gemeente zou hier de regie in moeten nemen om de participatie af te dwingen. Conclusie over arbeidsparticipatie is dat als mensen met een handicap willen werken zij er heel veel energie in moeten steken. Er is weinig tot geen medewerking vanuit het UWV. Een idee is om in 2009 een werkmarkt te organiseren. Dit idee is op de Wmo conferentie gelanceerd. Eenzaamheid onder ouderen is ook een onderdeel van participatie. Om mensen het huis uit te krijgen is persoonlijk contact nodig. MEE ondersteunt individuele clienten en is een doorverwijspoort wanneer mensen niet meer door hun persoonlijk kunnen worden begeleid. De menselijke maat moet daarbij weer worden ingevoerd. De budgetten komen vanuit de provincie en naar verwachting ook het komend jaar van de gemeente. De aanvragen voor begeleiding van kwetsbare groepen door bijvoorbeeld de Schoor kunnen worden verzameld en aangeboden worden aan de gemeente. Op deze manier kan bespreekbaar worden gemaakt wat er op basis de Wmo moet gebeuren voor en met kwetsbare groepen.

Evaluatie Breed Overleg

De WMO-C heeft in het Breed Overleg verantwoording afgelegd over het werk van het afgelopen half jaar. Er zijn, hoewel daar in de uitnodiging naar is gevraagd, geen nieuwe opdrachten voor de WMO-C uit het overleg gekomen.

De WMO-C zal volgend jaar een nieuwsbrief uitbrengen zodat duidelijk wordt waar de WMO-C meebezig is. Dit overzicht zal naar de deelnemers van het Breed Overleg worden gestuurd.

Externe contacten:

  • Bezoek aan de drie woningbouwcorporaties: Goede Stede, Alliantie en Ymere. De corporatie vinden dat zij ook verantwoordelijk zijn voor de leefbaarheid in de wijk. Daarmee vervullen zij een rol in de realisatie van de Wmo doelen. Elke corporatie heeft hier voorbeelden van gepresenteerd. Samenhang en verbinden zijn de centrale thema's.
  • Kompaan heeft zorgen over de opvang van zorgmijders, de opvang van daklozen en het bezuinigen op de OB.
  • Gespecialiseerde gezinszorg: ook hier vraagt men zich af wat het wegvallen van de OB gaat betekenen.
  • clientenraad Meregaard: heeft zorgen over functioneren van de stadsbank en het BBA. Met John van de Pauw, (lid gemeenteraad, clientenberaad Almere en sociaal raadsman) is hierover contact geweest. De gemeenteraad heeft dit punt opgepakt, stelt een onderzoek in en komt voor juni 2009 tot een besluit. Afgesproken is dat de WMO-C zonodig zal reageren.
  • Almere Health School: samen met de WMO-C zal een opzet voor een combinatie Lectoraat effectiviteit Wmo beleid en beleidsadviseur voor WMO-C aan B&W worden voorgelegd (zie hieronder).
  • G31 en Koepel Wmo-raden: het initiatief is genomen om een regulier overleg van Wmo-raden van de 100.000+ gemeenten te organiseren en als een sectie binnen de landelijke Vereniging Koepel Wmo-raden te gaan functioneren.
  • Zorgbelang Flevoland: 2x is met elkaar overlegd over de samenwerking op provinciaal niveau en de rol die zorgbelang kan hebben voor het Breed Overleg.

Een lectoraat 'Klantenperspectief in ondersteuning en zorg'

Bij de WMO-C is in de loop van het afgelopen jaar steeds meer behoefte ontstaan aan beleidsinhoudelijke ondersteuning. Dat heeft geleid tot verkennende gesprekken met de betrokken wethouder en de Health School Almere.

De WMO-C en Health School Almere vinden elkaar in zowel de behoefte aan informatie over de vraag van burgers en doelgroepen naar welzijn, hulp en zorg, als in het vergaren van kennis en ervaringen in de - state of the art - van de gezondheidszorg en community care. Voor de WMO-C zou dit vorm moeten krijgen door professionele beleidsadvisering.

Health School Almere kan hierin voorzien door onderzoek te verrichten naar de hulp- of zorgvraag van klanten, doelgroepen en ontwikkelingen daarin. Ze wil naast onderzoeksprojecten ook praktische toepassingen van ondersteuning, die recht doet aan de eigen kracht van mensen, in afstudeer/project vorm aanbieden aan studenten, bijvoorbeeld een proef met een persoonlijk elektronisch patienten/klanten dossier.

Ter ondersteuning van de WMO-C met adviezen en kennis over vraagontwikkeling, verbeterprojecten in het Wmo beleid, voor kennisontwikkeling, onderzoek - en onderwijsprojecten aan Health School Almere roepen beide partijen een lectoraat 'Klantenperspectief in ondersteuning en zorg' in het leven.

Bij de gemeente is een verzoek tot financiering neergelegd.

Almere, mei 2009

©